Hoogtevrees

14-04-2020 | 19:45

...... Op een hoogte van 3500 meter, in een wonderschone omgeving, omringd door allemaal geweldige mensen, leken Nederland, corona, ja zelfs de voet van de berg heel ver weg (wat ook zo was). Ik waande me in het paradijs. Er wachtte nog zoveel moois!!

Lunch en briefing van Fernando (onze VSO man). Weg paradijs, weg droom. Corona rukte op in Nederland, maatregelen waren verscherpt en als gevolg daarvan waren wij niet meer welkom in Kamachumu. Er was besloten het bezoek aan het project te annuleren  Natuurlijk was iedereen het met dit besluit eens. Hoe jammer we het ook vonden, begrijpen deden we het allemaal. We waren er stil van en we werden nog een beetje stiller toen Fernando,onze VSO reisleider, ons 'post uit Nederland' gaf. Brieven van het thuisfront, wat een super verrassing!!! De brieven van mijn dochters en de liefdesverklaring van Do, het was een beetje teveel van het goede. Ik werd niet alleen erg stil maar ook een tikje emotioneel. De tranen waren niet meer te stoppen en ik heb ze maar laten gaan. Ik had toch geen mascara op die kon uitlopen. 

Het projectbezoek was dus van de baan, maar de tocht naar de top niet. Na het avondeten dook iedereen zijn bed in. 

Om 00:00 uur was het reveil. Ontbijt (erg licht) en om 01:00 gingen we lopen. Met rugzak, hoofdlamp en (te) dik aangekleed gingen we op pad, vastbesloten de top te halen. Het is een onvergetelijke tocht geworden. De ervaring van in het donker lopen, je aan kettingen vasthoudend om een rotsachtige helling te passeren, een te smal pad om 2 aan 2 te gaan, vertrouwend op gids en teamgenoten. Het opkomen van de zon boven Kilimanjaro 's ochtends vroeg, het lopen boven de wolken en vooral het laatste stukje klimmen naar de top. Het bereiken van en staan op 4566 meter hoogte, mijn gevoel van trots, ik had het voor geen goud willen missen.  

 

Wat ik ook voor geen goud had willen missen, is de teamgeest van 'mijn' groep. Vrij snel na het begin, was de groep in drieën uiteen gevallen. Een snelle groep 1 van 6, een minder snelle groep 2 van 6 (waaronder ik) en groep 3 van 2 Challengers. Groep 2 bleek achteraf, behalve minder snel, ook meer pech te hebben, vandaar de naam 'Buts en Deuken'.  Een half uur nadat we waren gaan lopen begonnen zich bij mij meer tekenen van hoogteziekte te vertonen. Naast buik en hoofd, begon nu ook mijn maag mee te doen aan het verpesten van mijn plezier. Wise, de gids, nam mijn backpack over. Om er voor te zorgen dat ik toch voldoende water zou drinken moest ik bij hem in de buurt blijven. Hij gaf regelmatig slokjes water en masseerde mijn rug als ik moest overgeven. (En dat was best vaak) Wat de anderen dan weer de gelegenheid gaf om even uit te rusten, begreep ik achteraf. Gelukkig was ik niet de enige met hoogteziekte klachten of ander ongemak. Maar ongemak of niet, we zeiden allemaal dat we het samen gingen redden en dat we, samen met de gidsen een sterk team waren. Als er foto's gemaakt werden, zetten we ons beste gezicht op en deden alsof we de tijd van ons leven hadden.

Toch is er één moment geweest dat ik mijn stokken, muts en lamp in het ravijn heb willen donderen. 15 meter onder de top. Rotsblokken. Stijl omhoog. Daarboven wapperde een vlag. Ik was er klaar mee. Niet nog meer rotsblokken!!! Ik ben gaan zitten en heb gezegd dat ze me op de terugweg maar op moesten pikken. De rest is geschiedenis. Ik ben naar boven geklommen, heb een vlog gemaakt zonder de startknop in te drukken, er zijn foto's gemaakt, en ik heb sloten thee met suiker gedronken. Veel herinner ik me er verder niet van, wel het gevoel van blijdschap en trots. De heenweg had 8 uur geduurd.

De terugtocht verliep vlotter, maar niet zo vlot als verwacht. Teamgenoot Lotti kreeg een knieblessure en kon nauwelijks lopen, Jeroen en ik waren ook niet binnen een uur hersteld en vermoeidheid speelde de meesten parten. Ons geluk was compleet toen het begon te regenen en we, hangend aan kettingen, een onweersbui over ons heen kregen. Terug bij Saddle Hut bleek er geen tijd te zijn om nog te rusten, alvorens de resterende 1000 meter (3 uur lopen) naar het basiskamp af te dalen. Nog een nacht blijven was geen optie. Omdat Lotti niet meer kon lopen en ik uitgedroogd en te uitgeput was om te lopen, werden wij op Tanzaniaanse wijze naar Miriakamba vervoerd: op de rug van een porter. Het was lang geleden dat ik paardje had gereden! Binnen anderhalf uur, net voor donker kwam ik aan in het basiskamp. Kop thee en naar bed. Heerlijk geslapen tot de volgende dag 7 uur. Met weer wat kleur op de wangen kon ik aan een nieuwe dag beginnen.

"En je hoogtevrees dan?" vroeg mijn zusje.  "Geen last van gehad".